“Uit wat voor nest kom je?” Het is een vraag waar ik regelmatig mee start bij aanvang van een training. Omdat het ontzettend veel zegt over wie je bent en waar je voor staat. En met de antwoorden leer je de ander een stuk beter kennen. En toch…. we hebben het er in ons dagelijkse leven maar weinig over met elkaar. Het gaat eerder over wat je doet, waar je werkt en misschien waar je vandaan komt. Terwijl jouw nest je nogal heeft gevormd. Het is waar je opgroeide, waar je leerde hoe er met elkaar om wordt gegaan, waar jouw waarden en overtuigingen vandaan komen.

Vooral de jaren waarin we opgroeien zijn belangrijk voor onze ontwikkeling. Zo ben je je eerste 7 levensjaren vooral gericht op je gezin. Je leert hoe je ouders met elkaar omgaan, wat de plek is van de kinderen en hoe de verhouding is met de oma’s en opa’s. Alles sla je op. Vanaf je 7e totdat je ongeveer 14 jaar bent, wordt het kringetje waarin je leeft groter: je wordt zelfstandiger en leert ook hoe het bij vriendjes thuis gaat, in de buurt en op school. Misschien krijg je idolen waar je je aan spiegelt. Dit alles vormt je. Zo onstaan jouw waarden en overtuigingen. Ze maken wie je bent en waar je voor staat. Later komen daar natuurlijk ook nog je ervaringen bij, het vallen en weer opstaan, de steeds weer nieuwe kennis die je opdoet. Maar die basis….die is belangrijk. Die kan je in je latere leven enorm helpen en soms belemmeren.

Als klein meisje, met twee schatten van ouders en twee oudere, beschermende (en plagende!) broers, groeide ik op in Putten. Ik kreeg veel vrijheid, het was gezellig thuis en iedereen was welkom. Nog altijd ben ik dol op koffie en word ik blij en ontspannen van de geur van vers gemalen koffiebonen. Het kan niet anders dan dat de basis daarvan werd gelegd in ons huis in Putten: er was de hele dag door koffie. Opgegroeid in een dorp dus. Waar heel veel mensen op zondag naar de kerk gingen, soms zelfs twee keer. Waar bij een aantal vriendinnetjes thuis uit de bijbel werd gelezen na het eten. Wij waren katholiek en bij ons ging het iets anders. Wat eh, makkelijker, zeg maar. Een dorp waar iedereen elkaar kende en over elkaar sprak: “Heb je al gehoord dat…” Mensen die naar de kerk moeten en het geklets. Nog steeds kan me dat een beetje benauwen. Ik was blij om voor mijn studie naar de grote stad, Maastricht in mijn geval, te gaan. Inmiddels woon ik alweer jaren in een dorp. Al is die wat groter dan Putten. Want tja, je kunt het meisje wel uit het dorp halen….

Mijn broers en ik: wat waren we verschillend! De één super nuchter en van het ‘niet zeuren en hard werken’ soort. De ander dromerig en ontzettend creatief. En ik? Ik had altijd vriendinnetjes om me heen. Vond school heerlijk en tekende en las me suf. Tenzij Maja de Bij op tv was. Maar we waren en zijn, meestal, blij met elkaar. Ik leerde af te maken waar ik aan begon. Kreeg de boodschap van mijn vader mee om altijd goed voor mezelf te zorgen (“Een ander doet het niet, Miranda!”). Ik hoor mijn moeder nog altijd zeggen: “Doe maar, dat kun je wel!” En dat helpt bij het opbouwen van je zelfvertrouwen. We hoorden natuurlijk ook dingen die me later wat minder goed van pas kwamen. “Van hard werken is nog nooit iemand dood gegaan.” Dus altijd je best doen, mouwen opstropen, niet klagen. Niet lui zijn. Of: “Als je voor een dubbeltje wordt geboren, word je nooit een kwartje.” Hm, niet echt motiverend ;-).

Het was dus vooral een warm en gezellig nest, waar veel mocht. Waar zeker niet alles kon: we gingen nooit op vakantie, geen dure auto, maar na veel gereken en gepuzzel konden we wel studeren. Mijn moeder altijd zei: ”Elk huisje heeft z’n kruisje”. En dat was ook bij ons het geval. Mijn vader werd vanwege zijn gezondheid al jong afgekeurd om te werken en een van mijn broers werd ziek. Dat was niet altijd makkelijk, maar toch overheerst het gevoel van een warm nest waar ik me geborgen voelde. Waar ik zelfvertrouwen kreeg, mocht doen wat ik leuk vond (als ik het maar af maakte!) en waar ik leerde dat ik het echte geluk in de kleine dingen zou vinden. Nu ik ouder ben, besef ik pas hoe ongelooflijk knap dat is geweest van mijn ouders. Kon ik ze dat nog maar zeggen…

Uit welk nest kom je? Zullen we die vraag vaker aan elkaar stellen? En het eens niet meteen hebben over wat voor werk we doen, welke functie en bij welk bedrijf? De vraag leidt namelijk vaak tot zulke mooie gesprekken. En tot herkenning en begrip. Geloof me: je leert elkaar en jezelf zo ècht een stuk beter kennen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *